Het meisje van de supermarkt 4
Nog dezelfde avond vertrok zijn vliegtuig vanuit Rusland naar Schiphol. Daar werd hij opgewacht door Henk. Dat was een van zijn vroegere collega’s en nu een van zijn 2 compagnons. Het hart van hun organisatie was gevestigd in de loods in Rusland, maar Henk regelde alle zaken in Nederland, die schuil gingen onder het dak van de supermarkt. De hoofdtaak van Henk was het onderhouden van de contacten in Nederland en zorg dragen voor het op tijd en goed aankomen van de leveringen.
Eenmaal op Schiphol aangekomen stapte ze in de auto van Henk. Hij had een zwarte Opel Astra. Eigenlijk wilde hij een BMW, maar dat mocht niet van Harry. Een bedrijfsleider van een supermarkt met een BMW zou te veel opvallen. Henk bracht hem naar zijn hotel en daar bespraken zij het probleem uitgebeid. “Het is spijtig maar, er zit niets anders op,” concludeerde Harry. “Ze heeft te veel gezien”. Henk zuchtte. Hij had nog nooit een moord op zijn geweten. “Ik wil haar eigenlijk eerst wel eens zien,” vervolgde Harry. Henk slaakte een zucht van verlichting. Gelukkig kon hij het onheil nog even uitstellen.
Ongeveer een uur nadat ze bij het hotel waren aangekomen, vertrok Henk weer. Harry ging meteen slapen. Hij was moe van de vlucht. Henk stapte in zijn auto en reed direct naar het pakhuis waar Anja opgesloten zat. Ze was inmiddels in slaap gevallen op een matrasje die ze van een van de bewaker had gekregen. Ze zagen er wel uit als bouwvakkers, maar gedroegen zich netjes tegenover haar. Ze kon zich niet voorstellen dat deze mannen haar iets aan zouden doen. Dat gaf haar een beetje rust en nadat ze was gaan liggen viel ze vrij snel in slaap.
De volgende ochtend vroeg stapte er in een ander deel van Nederland een jonge jongen in zijn auto. Hij zou die dag op bezoek gaan bij zijn vriendin. Het was ongeveer een uur en vijftien minuten rijden. Onderweg beluisterde hij een paar CD’s die hij de dag ervoor had gekocht. Hij wist niet wat hij hoorde toen haar ouders vertelde dat ze niet was thuisgekomen uit haar werk en dat ze aangifte hadden gedaan. Het schrok en maakte zich terecht zorgen. Hij wilde haar gaan zoeken, maar hij wist niet waar te beginnen. Meteen de volgende ochtend reed hij naar de supermarkt waar zij werkte om daar met de bedrijfsleider te praten. Die vertelde dat ze niet geweest was, maar dat ze met genoeg mensen waren en daarom had hij maar niet naar haar huis gebeld. Van haar collega’s echter begreep hij dat ze wel degelijk geweest was, maar dat ze vlak na de lunch ineens weg was. “Ze voelde zich niet zo lekker,” had Henk gezegd. Hij voelde dat hier iets niet in de haak was en ging terug naar de bedrijfsleider.
wordt vervolgd…
